Reykjavik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Reykjavík
Stad in IJsland
Reykjavík
Reykjavík
Reykjavík
Situering
Regio Höfuðborgarsvæðið
Coördinaten 64°08'N  21°56'W
Algemeen
Oppervlakte 274.5 km²
Inwoners (2007) 117.721
Reykjavík gezien vanaf Hallgrimskirkja
Reykjavík gezien vanaf Hallgrimskirkja
   Noord-Europa

Reykjavik (IJslands: Reykjavík) is de hoofdstad van IJsland en is tevens de meest westelijk gelegen hoofdstad van Europa en 's werelds meest noordelijke hoofdstad. Zij ligt met haar geografische ligging van 64°08' Noorderbreedte en 21°56' Westerlengte vlak onder de poolcirkel (66°30' Noorderbreedte). Reykjavik ligt in zuidwest-IJsland in de gemeente Reykjavíkurborg aan de Kollafjörður-fjord, een uitloper van de grote Faxaflói-baai. In het fjord liggen zes kleine eilanden: Viðey, Engey, Þerney, Akurey, Lundey (papegaaiduikereiland) en Grotta. Het schiereiland Geldinganes ligt met een hele smalle landtong aan het vasteland verbonden. De stad zelf ligt voornamelijk op het schiereiland Seltjarnarnes, en de voorsteden voornamelijk ten zuiden en oosten daarvan. Reykjavik is over een groot gebied uitgespreid; hoogbouw komt er wel voor, maar laagbouw en weids opgezette woonwijken domineren en er zijn meerdere plekken onbebouwd voor recreatieve doeleinden. De grootste rivier die door de stad loopt is de Elliðaá. Hij behoort tot de top tien van de beste zalmrivieren van IJsland en is voor boten onbevaarbaar. Reykjavik ligt ten zuiden van de berg Esja die haar tegen de koude noordelijke winden beschermd. Haar inwoners zijn werkzaam in de visserij en fabrieksindustrie, naast de gebruikelijke handel en dienstverlening die hoofdsteden eigen is, hoewel er een grote variëteit is aan lichte industrie. Reykjavik is het landelijk centrum voor handel en transport, overheidsinstellingen, onderwijs en sociale en gezondheidsdiensten, en is ook een van de belangrijkste vissershavens van het land.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

Toen Ingólfur Arnarson (de eerste kolonist die zich permanent op IJsland zou gaan vestigen) de zuidkust van IJsland naderde, gooide hij, naar destijds vigerend heidens gebruik, twee heilige aan de Noorse god Þor (ofwel Thor) gewijde houten balken (de Öndvegissúlur) overboord, en zweerde dat hij op de plaats waar ze aan land zouden spoelen zijn boerderij zou bouwen. Zijn slaven vonden ze een paar jaar later terug aan de zuidoostkust van de baai Faxaflói, en hij vestigde zich er omstreeks 877. Hij noemde de plek Reykjavík (Rookbaai), omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving (reykur betekent rook, að reykja roken en vík is kleine baai of inham). De boerderij van Íngólfur stond waarschijnlijk ongeveer op de plek tussen het tegenwoordige stadhuis en de oude haven. Aan de Aðalstræti bevindt zich nu een put waarvan gedacht wordt dat Ingólfur op die plaats zijn water haalde, en een standbeeld van hem is te zien bij Lækjartorg. Een fenomeen dat nu op de geothermische activiteit van het gebied wijst is de trendy winkelstraat Laugavegur (weg van de warme bronnen): deze is middels "vloerverwarming" midden in de winter sneeuw- en ijsvrij. De kolonisatie van IJsland wordt uitvoerig beschreven in het oude IJslandse Landnámabók ("Boek der Landname"), en het stichten van de eerste nederzetting wordt ook genoemd in het Íslendingabók ("Boek van de IJslanders"). Verder wordt Reykjavik in de middeleeuwse IJslandse literatuur eigenlijk niet genoemd, behalve her en der als landbouwgrond of als woonoord (zie bijvoorbeeld hoofdstuk 10 in de Holmsveria saga ofwel de saga van Hord).

Bevolkingsgroei Reykjavík.
1801 600
1860 1,450
1901 6,321
1910 11,449
1920 17,450
1930 28,052
1940 38,308
1950 55,980
1960 72,407
1970 81,693
1980 83,766
1985 89,868
1990 97,569
1995 104,258
2000 110,852
2005 114,800
2006 115,420

Reykjavik bestond aanvankelijk als een dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 19e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij, -weverij en touwfabriek van sheriff Skúli Magnússon (wiens standbeeld op de hoek van de Aðalstræti en Kirkjustræti staat). Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten kreeg, waren er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het stadje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden de regeringszetels en de onderwijsinstanties erheen (of werden er ingesteld), zoals het Alþing (parlement) van þingvellir, het hooggerechtshof, de bisschopszetel, de Latijnse school en de theologische school. In 1844 werd de enige drukpers in het land verplaatst van het eilandje Viðey naar Reykjavik. De universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavik opgericht. In 1900 waren er ruim 6300 inwoners. De groei van de stad heeft voor het merendeel in de 20e eeuw plaatsgevonden, met name sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 1 december 2005 waren er in Reykjavik zelf 114.800 inwoners op een oppervlakte van 275 km². In 'Groot-Reykjavik' (Reykjavik inclusief de 6 voorsteden Mosfellsbær, Seltjarnarnes, Kópavogur, Garðabær, Bessastaðahreppur (of Sveitafélagið Álftanes) en Hafnarfjörður; 994 km²) woonden er 183.845. Dat waren destijds dus 38,8% respectievelijk 62,7% van de totale bevolking van IJsland (293.291). In januari 2006 heeft de bevolking van IJsland de grens van 300.000 gepasseerd. Reykjavík zelf bestaat per 16 juni 2003 uit tien wijken: Vesturbær, Miðborg, Hliðar, Laugardalur, Háaleiti, Grafavogur, Breiðholt, Árbær, Úlfarsfell en Kjalanes, elk met zijn eigen wijkraad.

Wijken en voorsteden van Reykjavík
Wijken en voorsteden van Reykjavík

Reykjavik heeft een moderne, 20e-eeuwse kerk, de Hallgrímskirkja. Deze kerk is vernoemd naar Hallgrímur Pétursson (1614-1675), de grootste hymneschrijver van het land wiens werk nog vaak ten gehore wordt gebracht. De ontwerper van de kerk, Guðjón Samúelsson, heeft zich laten inspireren door de grote basaltpartijen die op IJsland te vinden zijn, en de bouw heeft maar liefst 49 jaar geduurd. In 1986 was hij af. De grote klok in de toren draagt de tekst Eysbouts Atensis me fecit en is gegoten door de firma Eysbouts uit Asten.

Sinds 1968 is Reykjavik de zetel van het bisdom Reykjavik, een immediaat bisdom van de Katholieke Kerk, onder leiding van de Limburger Joannes Matthijs Gijsen. De kathedrale kerk werd gebouwd in de jaren 1920 als vervanging van een in 1897 gebouwd kerkgebouw en bevat o.a. een uit de 14e eeuw daterend Mariabeeld en houtsnijwerk van de IJslandse kunstenaar Ríkhardur Jónsson. De grote klok in de toren is ook gegoten bij de Nederlandse klokkenmaker Eijsbouts in Asten.

In 1977 vond in Reykjavik het Universeel Esperantocongres plaats met 1199 bezoekers.

[bewerk] Transport

IJsland heeft twee luchthavens:

Reykjavik heeft twee havens:

  • de oude haven Sæbraut vlak bij het centrum voor de vissersvloot, voor cruiseschepen en dagtochtschepen (bijvoorbeeld voor walvissafari's of voor het bekijken van papegaaiduikers op het eilandje Lundey vlak voor de kust);
  • Sundahöfn, de grootste vrachttransportterminal van het land.

Het openbaar vervoer wordt verzorgd door stadsbussen (Strætó), een goed uitgerust en eenvoudig te doorgronden (ook voor toeristen) netwerk van buslijnen die het centrum van Reykjavik verbinden met alle uithoeken van de voorsteden. Omdat Reykjavik zelf "autovriendelijk" is, geniet de stadsbus vooralsnog geen grote populariteit bij de inwoners zelf. Sommige autobussen rijden op waterstof als brandstof en naast één van de uitvalswegen naar de rondweg (IJslands: Hringvegur) liggen de waterstoftanks.

[bewerk] Interessante plaatsen

  • Þjóðminjasafnið: Nationaal Volksmuseum met vondsten uit de Vikingtijd, klederdracht etc.
  • Árbæjarsafn: openluchtmuseum.
  • Ráðhus Reykjavíkur: het raadhuis met een reliëfkaart van IJsland.
  • Alþinggishúsið: het parlementsgebouw.
  • Árni Magnússon Manuscript Institute: bevat de oude originele IJslandse manuscripten Landnámabók en Íslendingabók.
  • Hallgrímskirkja: skyline dominerende kerk met een magnifiek uitzicht.
  • Perlan: (exclusief) restaurant met panoramisch uitzicht (vrije toegang) bovenop de warmwateropslagtanks.
  • Laugavegur: winkelstraat.
  • Tjörnin: fraaie vijver met vele soorten eenden en ganzen.

[bewerk] Standbeelden

  • Leifur Eiríksson (voor de Hallgrímskirkja), eerste kolonist van Amerika.
  • Ingólfur Arnarson (vlak bij Lækjartorg), eerste kolonist van IJsland.
  • Jón Sigursson (Austervöller plein), leider van de IJslandse onafhankelijkheidsbeweging.
  • Skúli Magnússon: de "vader van Reykjavik".
  • Útlaginn (vlak bij de Universiteit): De vogelvrijverklaarde (een kopie staat in Akureyri).
  • Sæmunder Sigfússon (voor de Universiteit): geleerde.
  • "De ambtenaar" (achter Hótel Borg).
  • "De waterdraagster".

[bewerk] Stedenbanden

[bewerk] Geboren in Reykjavik

[bewerk] Overleden in Reykjavik

[bewerk] Bronnen